De schaduwkant van innovatie

Volgens de OECD is Nederland een van de koplopers als het gaat om onderwijsinnovatie. Of het nu gaat om de organisatie van het onderwijs, de pedagogische aanpak of het gebruik van technologie, ons land is een van de meest vooruitstrevende landen ter wereld. Meer dan in andere landen werken scholen met nieuwe ICT-toepas­singen en wordt intensief gebruikgemaakt van zogenoemde “learning analytics”. Die innovatiedrift heeft echter ook een aantal schaduwkanten. Versnippering ligt op de loer en innovatie kan niet zonder evaluatie, zo waarschuwt de Onderwijsinspectie in de nieuwste Staat van het Onderwijs. De roep om heldere ijkpunten klinkt luid en duidelijk.

De afgelopen jaren maakten onderzoekers van de Onderwijsinspectie volgens eigen zeggen “een film” van de staat van het onderwijs. Die film bevat soms schokkende beelden. Zie ook onze blog: Onderpresterend onderwijs is grote schadepost. Regelmatig zien onderwijsinspecteurs bijvoorbeeld innovaties die niet kansrijk zijn, in een enkel geval gaat het zelfs om bewezen ineffectieve innova­ties!

Schokkende conclusies

De Onderwijsinspectie signaleert in onderwijsland een duidelijke stijging in soorten concepten en profielen in de afgelopen honderd jaar. Met name tussen 2000 en 2018 zien de onderzoekers zowel in het primair als het voortgezet onderwijs een grote stijging in het aantal profielen en concepten. Ook bieden meer scholen en opleidingen maatwerktrajecten en maat­werkdiploma’s aan.

De inspectie onderschrijft dat experimenten, en scholen die nieuwe dingen proberen, essentieel zijn om het onderwijs uiteindelijk te verbeteren. Tegelijkertijd wordt het lang niet altijd helder waarom een school of opleiding kiest voor een specifieke vorm van maatwerk, flexibilisering of profilering. Ook evalueren scholen en opleidingen de resultaten en effecten van hun keuzes in zeer beperkte mate. En dat is een schokkende conclusie voor alle betrokkenen.

Niet elke vernieuwing is een verbetering

Een groeiend aantal scholen en opleidingen is bezig met profilering door slimme verbetering en vernieuwing van het onderwijs. Het gaat om allerlei vormen van variëteit, een landelijk overzicht van alle verschillende vormen is er helaas niet. De Onderwijsinspectie heeft voor het basisonder­wijs en voortgezet onderwijs de meest bekende vormen van profilering in beeld gebracht. Het gaat hier om scholen met een bijzonder onderwijsconcept (zoals montessori-, vrije scholen, dalton en agora-onderwijs) en scholen die een aanvullend aanbod hebben (zoals technasia, tweetalig onderwijs en cultuurprofielscholen).

Daarnaast zijn er nog Scholen voor Ondernemend Leren, Begaafdheidsprofielscholen, zelfstandige gymnasia, lesprogramma’s Mediawijsheid en Havisten competent, Topsport Talent Scholen en het onderwijsconcept Wetenschapsoriëntatie Nederland (WON). En dan laten we alle particuliere scholen en initiatieven, die sterk in opkomst zijn, gemakshalve even buiten beschouwing. Maar de vraag is legitiem of al die vernieuwing ook altijd een verbetering is.


Figuur 1: Profilering over tijd: aantal concepten en profielen in het primair (po) en voortgezet onderwijs (vo). Bron: Staat van het Onderwijs 2019, Inspectie van het Onderwijs, ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Haarscheuren worden duidelijk zichtbaar

Ondanks alle vernieuwingen worden onmiskenbaar verschillende haarscheuren zichtbaar. De samenstellers van het rapport kiezen hier blijkbaar bewust niet voor het verkleinwoord “haarscheurtjes”. Daar is dan ook een reden voor. Zo presteren minder leerlingen goed op de kernvakken taal en rekenen en neemt de laaggeletterdheid toe. Zo steeg het percentage laaggeletterden onder 14-jarigen in Nederland tussen 2003 en 2012 toegenomen, van 11,5 naar 17,9 procent.

Ook signaleren de onderzoekers grote verschillen in prestaties tussen scholen. Daarnaast krijgen sommige groepen leerlingen en studenten niet de kans die ze verdienen, in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Bovendien zien de onderzoekers dat groepen leerlingen elkaar steeds minder tegenkomen doordat de (sociaal-economische) segregatie in het onderwijs groeit. ‘Dat zijn haarscheuren die zich gaan verdiepen als we er nu niet iets aan doen’, aldus inspecteur-generaal van het Onderwijs Monique Vogelzang. Intussen loopt het tekort aan leraren en schoolleiders in delen van ons land sterk op.

De Onderwijsinspectie plaatst nog een belangrijke kanttekening bij de vernieuwingsdrang in het onderwijs. Lang niet alle vernieuwing beklijft namelijk. Er komen niet altijd alleen maar vormen van onderwijs bij met een bijzonder aanbod of bijzondere aanpak. Er verdwijnen ook vormen, zoals Iederwijs (in 2014), SlimFit/Innovatieimpulsscholen (in 2015), Leonardo-scholen (in 2015) en iPad-scholen (in 2018). In sommige gevallen behouden scholen nog wel het opgeheven aanbod/aanpak in de lucht, of is er een doorstart onder een andere naam. Of ouders, docenten en leerlingen en andere betrokkenen hier vrolijk van worden, dat valt nog te bezien.

Mooie initiatieven, maar vaak ongericht

Ook is niet altijd duidelijk waarom een school of opleiding kiest voor een bepaalde vorm van maatwerk, flexibilisering of profilering. Leidt het tot meer gemotiveerde of beter presterende leerlingen? Verbetert het de aansluiting op de arbeidsmarkt? Of versterkt het vooral de concurrentiepositie van de opleiding of school? Daarbij evalueren scholen en opleidingen de resultaten en effecten van hun keuzes slechts in zeer beperkte mate. Hierdoor leren ze maar matig van wat wél en níet werkt en wordt deze kennis meestal niet gedeeld met andere scholen en opleidin­gen.

Het lerend vermogen van het onderwijs is – paradoxaal genoeg – geringer dan bijvoorbeeld dat van sectoren als zorg, design, techniek en tuinbouw. En daardoor zijn onderwijsvernieuwingen vaak weinig duurzaam en het is onduidelijk of ze beter onderwijs leveren voor toekomstige generaties leerlingen en studenten. Shocking.

Toets de vernieuwing aan ijkpunten

Learning analytics is het verzamelen en analyseren van data die een leerling tijdens het online leren genereert. De data worden omgezet naar waardevolle informatie en kunnen bijdragen aan de continue verbetering van de onderwijskwaliteit.

Wat volgens de Onderwijsinspectie vooral ontbreekt is echter een duidelijk fundament van gezamenlijke doelen, met ijkpunten. Dit fundament vraagt om iets minder vrijheid en vrijblijvendheid, hier zijn richting en keuzes belangrijk. En het is zaak dat iedereen, van leraren tot overheid en inspectie, de bijbehorende ijkpunten helpt bewaken. En dat leraren, schoolleiders en bestuurders niet alleen vernieuwen en verbeteren, maar de vernieuwing ook aan die ijkpunten toetsen.

IJkpunten helpen om de vele ongerichte initiatieven te richten en in het onderwijs een volgende stap te zetten. Het klinkt wellicht abstract, maar de opgave is voor iedere partij heel concreet.

Behoedzaam innoveren is een kunst

Experimenten en scholen die nieuwe dingen proberen, zijn nodig om het onderwijs te verbeteren. Helaas wordt er volgens de onderzoekers niet altijd verantwoord geïnnoveerd. Het is daarom belangrijk goed na te denken of de leerling of student met het nieuwe initiatief echt geholpen wordt. Het is volgens de onderzoekers belangrijk om behoedzaam te innoveren. Dat betekent kleine stapjes zetten, om de initiatieven tussendoor te monitoren en na een tijd te evalueren.

Als we specifiek kijken naar profiel- en conceptscholen, zien we dat bijna de helft tenminste de voortgang van leerlingen monitort, of de effecten van het profiel of concept evalueert. De kwaliteit van deze onderzoeken laat echter vaak te wensen over. Zie ook onze training PDCA & Kwaliteitsmanagement.

Regelmatig wordt de aanwezigheid van effecten verondersteld op basis van theorie, of evaluaties worden onder een zeer beperkte groep docenten of leerlingen gehouden. Deze evalua­ties leveren wel inzichten op, maar geven geen antwoord op de vraag of vernieuwing ook een verbete­ring is. Daarnaast hebben profiel- en conceptscholen niet altijd hun “eigen doelen” goed in beeld en of ze die doelen ook halen, zoals schoolmotivatie of zelfstandigheid.

Minder zicht op onderwijskwaliteit

Door de variatie in het aanbod en de toename van maatwerk wordt het lastiger om goed zicht te krijgen op de verschillende uitkomsten en op de kwaliteit van het onderwijs op scholen en opleidingen. Dit maakt het voor schoolleiders, bestuurders en de overheid moeilijker om scholen te vergelijken en om bij te sturen. En leerlingen en ouders weten niet goed wat de consequenties zijn van hun keuze voor een bepaalde opleiding of school.

Verzwakking van het stelsel

Samengevat, een gevarieerd aanbod is mooi, maar leidt dus ook tot versnippering en slecht zicht op het aanbod en wat het oplevert. Beide lijken voort te komen uit gebrek aan consensus over wat het onderwijs nu echt moet bieden. Dat is ongewenst. Ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) onderstreept dat: onvoldoende consensus over wat geleerd moet worden kan leiden tot versnip­pering in het onderwijs en daarmee tot verzwakking van het stelsel.

Evidence-based en evidence informed

Overheid en wetenschap kunnen leraren, schoolleiders en bestuurders meer helpen om het onderwijs ‘evidence-based’ of ‘evidence-informed’ te verbeteren. Volgens de OECD kan een overheid zorgen dat er een zogenaamd “ecosysteem van innovatie” komt. Hierin staat (praktijkgericht) onderzoek en kennisdeling centraal. Daarbij is grote betrokkenheid van het veld nodig. Leo Kerklaan, associate partner bij Passionned Group is kritisch:

Dat de totale onderwijskwaliteit jaar na jaar in Nederland (langzaam) achteruit gaat, is een teken aan de wand. Dat is mijns inziens geen reden om de ouders, demografie et cetera hiervan de schuld te geven. Het siert de onderwijswereld als zij de hand in eigen boezem steekt. Zoek de oorzaak eerst bij de kwaliteit van het lesgeven, de meetkwaliteit en de kwaliteit van het management.

Positief is dat er in Nederland de afgelopen jaren al wel een aantal van zulke initiatieven zijn ontstaan (Kennisrotonde NRO, de initiatieven Durven, delen, doen en Leerlab2020 van de VO-raad, academische werkplaatsen en lectoraten). Toch is de kloof tussen wetenschap en onderwijspraktijk voor de meeste leraren en schoolleiders nog steeds groot, zo concludeert de Onderwijsinspectie.

Meten is weten

Volgens Leo Kerklaan kent het meten en verbeteren van de onderwijsprestaties twee kerndoelen.

  1. Leerkrachten moeten (sowieso) weten hoever ieder kind is en dat bij voorkeur koppelen aan zelfsturing door het kind. Bij grote verschillen tussen landelijk centraal onderzoek en eigen onderzoek kan je niet volstaan met slechts dit verschil constateren.
  2. Je moet weten in hoeverre een nieuwe methode (innovatie) werkt. Daarom moet een leerkracht daar pas aan beginnen als hij/zij als professionals de merites van een nieuwe methode zelf kan beoordelen, en zelfstandig de meetpunten kan aangeven. Het is onprofessioneel als je iets nieuws start, zonder dat je de effecten kunt of wilt meten.

Checklist

Voor iedereen die graag willen weten hoe onderzoek en vernieuwing op een specifieke school is geregeld, heeft RTL Nieuws een korte checklist gemaakt om de directie mee te confronteren:

  • Welk profiel, concept of aanpak gebruikt de school? (en geldt dit ook voor rekenen en taal)
  • Waarom is voor deze aanpak gekozen (en niet voor de “traditionele” aanpak)?
  • Wordt deze aanpak geëvalueerd? Zo ja, wat is daar tot nu toe uit gekomen?
  • Presteren leerlingen beter? Zijn zij tevredener?
  • Werkt de school samen met andere scholen of met (wetenschappelijke) onderzoekers?
  • Hoe anticipeert de school op het (dreigende) lerarentekort? Wordt er bijvoorbeeld samengewerkt met andere scholen als er plots een leerkracht ziek wordt?
  • Spreek ook de medezeggenschapsraad aan op wat zij van het concept/profiel weten
  • Vraag docenten hoe zij het concept/profiel ervaren

Conclusies

Het onderwijs versnippert en de resultaten en effecten van onderwijsinnovaties worden onvoldoende geëvalueerd. Daarom roept de inspectie op tot meer focus en een gerichte, gezamenlijke aanpak voor alle sectoren. Ze pleit voor gezamenlijk vastgestelde doelen en ijkpunten die aangeven welke competenties leerlingen en studenten ook in de toekomst altijd nodig zullen hebben. De inspectie spoort besturen en scholen aan beter te evalueren, en te bezien in hoeverre de inspanningen daadwerkelijk bijdragen aan de – gezamenlijk vast te stellen – doelen.

In de periode maart 2012 tot en met november 2013 verscheen van de hand van de auteurs Carien Verhoeff en Leo Kerklaan op Managementsite een zesdelige reeks artikelen over de verbetermogelijkheden in het basisonderwijs. Centrale thema’s waren toen ook al: stuurdilemma’s (stuur je op een acceptabel gemiddelde of op excellentie?), verspillingen, de rol van de CITO-toets, prestatiemeting, doelen stellen en evalueren, het belang van sterke teams en benchmarking. Thema’s die anno 2019 nog nauwelijks aan actualiteit hebben ingeboet…

Experts op het gebied van kwaliteitsmanagement

Passionned Group weet als geen ander hoe belangrijk het is om veranderinitiatieven te verankeren in een PDCA cyclus (uitleg). Zo weten we zeker dat we de goede dingen goed doen. Bekijk onze training PDCA & Kwaliteitsmanagement of neem vrijblijvend contact met ons op.

Reageer op dit artikel van Eric van der Steen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Een selectie van onze klanten

Word nu ook klant

Wil je ook klant bij ons worden? Wij helpen je maar wat graag verder met de schaduwkant van onderwijsinnovatie (verbeteren) of andere zaken waar je slimmer van wordt.

Daan van Beek, Eindbaas & specialist in continu verbeteren

DAAN VAN BEEK MSc

Eindbaas & specialist in continu verbeteren

neem contact met mij op

Fact sheet

Aantal organisaties geholpen
11248
Aantal trainingen & workshops
11249
Aantal deelnemers opgeleid
11250
Gemiddelde klantervaring
8,9
Aantal consultants & docenten
11251
Aantal kantoren
3
Aantal jaren actief
14